De Nederlandse beeldhouwer Hieke Luik (Apeldoorn, 1958) begon haar artistieke opleiding aan de Koninklijke Academie voor Kunst en Vormgeving, waar zij zich in eerste instantie richtte op plastische vormgeving. In haar laatste studiejaar kwam zij in contact met docent David Vandekop, die haar aanmoedigde om haar ontwikkeling voort te zetten aan de Jan van Eyck Academie in Maastricht. Daar maakte zij zich het werken met brons eigen, een materiaal dat later een belangrijke rol in haar oeuvre zou gaan spelen.
In haar beginperiode werkte Luik met uiteenlopende materialen zoals gips, hout en klei. In de loop der jaren verschoof haar voorkeur echter steeds meer naar het werken met was. Dit materiaal biedt haar de mogelijkheid om direct en intuïtief te modelleren, doordat het eindeloos kneedbaar is. Voor Luik is deze tactiele manier van werken essentieel: zij beschouwt haar handen als een verlengstuk van haar denkproces. Door te kneden en te tasten ontstaat geleidelijk de vorm, vaak opgebouwd rond een eenvoudig frame van koperdraad. In recentere werken gebruikt zij ook door haarzelf verzamelde en gesnoeide takken als basis, waardoor haar sculpturen nog sterker verbonden raken met de natuur.
Haar beelden ontstaan als het ware organisch onder haar handen en vormen een intuïtieve vertaling van haar zintuiglijke waarneming. De tastzin speelt hierbij een centrale rol, omdat deze voor haar de brug vormt tussen het observeren van natuurlijke vormen en het scheppend proces. In plaats van de natuur letterlijk te imiteren, probeert Luik haar vormen verder te ontwikkelen en in beweging te brengen. Ze zoekt naar nieuwe verschijningsvormen en perspectieven, iets wat zij zelf omschrijft als het oproepen van “iets dat er nog niet was”. Dit voortdurende onderzoek verklaart ook waarom zij regelmatig terugkeert naar eerder werk, om het opnieuw te bewerken en te verdiepen.
Het proces van gieten vormt een belangrijk moment in haar werkwijze. De zachte en kwetsbare wasmodellen worden omgezet in duurzaam brons, waarbij de directe sporen van haar handelingen zichtbaar blijven. Door het gebruik van verschillende patina’s en door delen van het oppervlak te polijsten, versterkt zij de expressieve werking van haar beelden. Daarnaast combineert zij haar bronzen vormen regelmatig met albast, een materiaal dat zij zowel glad en verfijnd als ruw en bewerkt toepast, waardoor een spannend contrast ontstaat.
Naast haar sculpturale werk heeft tekenen altijd een belangrijke plaats ingenomen in haar praktijk. Waar zij aanvankelijk werkte met pastelkrijt en houtskool, ontwikkelde waterverf zich al snel tot haar favoriete medium. De grens tussen haar tekeningen en sculpturen is vloeiend: beide disciplines zijn nauw met elkaar verweven en voeden elkaar voortdurend. In zowel haar aquarellen als haar plastieken ontstaat een organisch-abstracte beeldwereld die doet denken aan de natuurlijke werkelijkheid, maar deze tegelijkertijd overstijgt.
Met haar werk onderzoekt Luik niet alleen de schoonheid van vormen, maar ook de onderliggende processen van groei en verval. Zij maakt zichtbaar hoe deze ogenschijnlijk tegengestelde krachten onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Daarmee voegt zij een extra dimensie toe aan haar werk: een reflectie op de cyclische en fundamentele aard van het leven zelf.
De eerste indrukken bij het zien van beelden van Hieke Luik zijn die van beweging, energie en groei. Haar beelden en tekeningen drukken verwondering uit over de onbestemde krachten en voortdurende bewegingen in de natuur. Het gaat daarbij niet om mensen, dieren of planten per se, maar om het overal werkzame en permanente proces van vruchtbaarheid, ontkiemen, groeien, volgroeid zijn, vervallen, sterven en weer terugkeren. Deze kringloop is als een geboetseerd denkproces in haar werk terug te lezen.Museum Beelden aan Zee
Werk in collecties van onder andere
Stedelijk Museum Amsterdam
Museum Beelden aan Zee Den Haag
Museum Gouda
ABN Amro Kunststichting
De Nederlandsche Bank
LUMC Leiden
Ministerie van Buitenlandse Zaken
Rabobank